-
 
De Newfoundlander Rasstandaard
 
 
Geschiedenis: 
Kort historisch overzicht:Het ras ontstond op het eiland Newfoundland uit inheemse honden en de grote zwarte berenhond geïntroduceerd door de Vikingen na het jaar 1100.Met de komst van Europese vissers hielp een verscheidenheid aan nieuwe rassen het ras vormen en versterken, waarbij de weznlijke eigenschappen bewaard bleven. Met de kolonistatie van het eiland vanaf 1610 was de newfoundlander al grotendeelsin het bezit van zijn kenmerkende uiterlijk e aangeboren gedrag.Deze kenmerken stelden hem in staat de strengheid van het extreme klimaat en de tegenwerking van de zee bij het aan land slepen van zware lasten te weerstaan of te dienen als water en reddingshond.
 
Algemeen voorkomen
De Newfoundlander is zwaar met krachtig lichaam,goed gespierd en goed gecoördineerd in zijn bewegingen.
 
Belangrijke verhoudingen
De lengte van het lichaam gemeten vanaf het boeggewricht tot aan de zitbeenknobbel is groter dan de hoogte van de schoft.Het lichaam is compact. het lichaam van de teef mag iets langer zijn ,en is minder zwaar dan dat van een reu.De afstand van de schoft tot de onder zijde van de borst is iets groter dan de afstand van de onderzijde van de borst tot aan de grond.
 
Gedrag en temperament
De expressie van de Newfoundlander weerspiegelt welwillenheid en zachtheid. Waardig? opgewekt en creatief. Hij staat bekend om zijn onvervalste zachtmoedigheid en rust.
 
 
Rasgroep: 2  Pinschers en Schnauzers, Molossers en Zwitserse Sennenhonden en veedrijvers
 
Aard: aanhankelijk, zacht en meegaand (als hij goed is opgevoed)
 
Gemiddelde levensduur: 10 jaar
 
Schouderhoogte: reuen 71 cm, teven 66 cm
 
Gewicht: reuen 64-69 kg, teven 50-54,5 kg
 
Vacht: vlak langharig; zwart, bruin, wit met zwarte aftekening
 
Aanleg: gezelschapshond
 
Vachtverzorging: regelmatig borstelen
 
Standaard
 
Algemeen
Harmonieus gebouwd. Maakt indruk door kracht en grote bedrijvigheid. De botten zijn overal zwaar, met een krachtig lichaam. Edel, vorstelijk en machtig.
 
Hoofd
Massief. De teef is minder massief dan de reu. Duidelijk aanwezige stop.
 
Gebit
Zachte mond, met goed gesloten lippen. Een scharend gebit heeft de voorkeur. Dat wil zeggen dat de tanden van de bovenkaak vlak over die van de onderkaak heenglijden. De tanden staan recht in de kaak. Een tanggebit is toegestaan.
 
Oren
Klein. Goed naar achteren aangezet, in het vlak van de schedel. Driekoekig met ronde punten. Liggen vlak tegen het hoofd aan. Bedekt met kort haar zonder franje.
 
Ogen
Klein. Donkerbruin. Liggen tamelijk diep. Mogen geen bindvlies tonen. Moeten vrij ver uit elkaar zijn geplaatst.
 
Lichaam
De krachtige hals gaat goed over in de schouder. Goed gevormde ribbenkast. Brede rug met vlakke bovenbelijning. Sterke, goed gespierde lendenen. Diepe en tamelijk brede borst.
Gemiddelde schouderhoogte: reuen 71 cm, teven 66 cm. Gemiddeld gewicht: reuen 64-69 kg, teven 50-54 kg.
 
Benen
De voorbenen zijn volkomen recht en goed gespierd. De ellebogen zijn goed aanliggend en voldoende laag geplaatst. De achterhand is zeer goed geconstrueerd en krachtig. Slappe lendenen en koehakken zijn bijzonder ongewenst. Hubertusklauwen moeten worden verwijderd.
 
Voeten
Groot, voorzien van zwemvliezen en goed gevormd. Spreidtenen en naar buiten gedraaide voeten zijn zeer ongewenst.
 
Staart
Van middelmatige lengte. Reikt tot iets beneden de spronggewrichten. Behoorlijk dik, goed behaard, maar geen bevedering vormend. Als de hond staat, hangt de staart naar beneden met een flauwe bocht aan het eind. Als hij in beweging is, wordt de staart iets hoger gedragen. Als de hond opgewonden is, wordt de staart rechtuit gedragen, met slechts een geringe bocht aan het eind. Staarten met een knik of gekruld over de rug gedragen zijn zeer ongewenst.
 
Vacht
Dubbele vacht. Vlak en dicht, van een grove structuur en vettig, weerstand biedend aan het water. Tegen de draad in geborsteld valt het haar vanzelf weer op zijn plaats. De voorbenen zijn flink bevederd en de achterbenen licht bevederd. Het lichaam is flink behaard, maar de borstbeharing moet geen kraag vormen.
 
Kleur
De enige toegestane kleuren zijn zwart, bruin, of wit met zwarte aftekeningen.
Zwart : gitzwart, mag een zweem van bronskleur vormen; een plek wit op borst, tenen en staartpunt is toegestaan.
Bruin : kan chocoladebruin of bronskleur zijn, een plek wit op borst, tenen en staartpunt is toegestaan.
Wit met uitsluitend zwarte aftekeningen: de voorkeur gaat uit naar een zwart hoofd met bij voorkeur een witte bles doorlopend tot op de voorsnuit, een zwart zadel met gelijke aftekeningen en een zwart kruis en het bovenste deel van de staart. De overige delen van het lichaam moeten wit zijn en mogen een minimale ticking hebben.
 
 
Bijzonderheden
 
Kenmerkende eigenschappen
Grote trekhond en waterhond, met een natuurlijk instinct voor het redden van drenkelingen; een toegewijd metgezel; buitengewoon zachtmoedig en volgzaam van aard.
 
Gangen
Ruim, enigszins rollend gangwerk; in beweging is een lichte mate van toontreden in het front aanvaardbaar.
 
Fouten
Elke afwijking van de voorgaande punten moet als een fout worden aangemerkt; de beoordeling van de ernst van de fout moet in verhouding staan tot de mate waarin de fout zich voordoet.
 
Opmerking
Reuen moeten twee duidelijk normale testikels hebben, die volledig in het scrotum zijn ingedaald.
 
Uitsluitende fouten
Slecht karakter, Korte en vlakke vachten, andere kleur dan zwart, bruin of wit-zwart, gebitsproblemen.
 
 
Website
mogelijk gemaakt
door Vistaprint