-
 
Ziektes bij honden
 
Hieronder staan een aantal ziektes die bij honden kunnen voorkomen ter informatie. Voor alle medische problemen raadpleeg altijd uw eigen dierenarts!!
 
Tevenkwaaltjes
 
Vaginale infecties (vaginitis)
Deze vrij zeldzame aandoening kan veroorzaakt worden door een anatomische afwijking waardoor problemen met het urineren ontstaan en waardoor urine in de vagina achterblijft. Maar ook door een bacteriële infectie, virussen of door beschadigingen in het slijmvlies.
Etterige uitvloeiing en irritatie waardoor de teef zich vaker likt en wast zijn symptomen waaruit men kan afleiden dat er iets aan de hand is, de teef is bovendien zeer aantrekkelijk voor reuen.
Onderzoek van de urine wijst uit of er inderdaad sprake is van vaginitis. De behandeling hangt af van de oorzaak, meestal zal een behandeling met antibiotica worden voorgeschreven, anatomische afwijkingen worden operatief gecorrigeerd.
 
Juveniele vaginitis
Jonge teefjes kunnen al voordat ze twee maanden oud zijn last hebben van vaginale afscheiding. Deze afscheiding kan een korst vormen bij de vulva maar geeft verder geen ongemak. De behandeling kan bestaan uit wassen met zout water of een mild, maar sterk ontsmettingsmiddel. Na de eerste loopsheid geneest de ziekte meestal spontaan.
 
Baarmoederontsteking (pyometra)
Een baarmoederontsteking ontstaat meestal na een loopsheid of na een bevalling. Er kan sprake zijn van een gesloten baarmoederontsteking of een open baarmoederontsteking. Bij een gesloten ontsteking hoopt de etter zich in de baarmoeder op, hierbij ontwikkelen de symptomen zich sneller, deze symptomen zijn dorst gevoel vaker willen plassen en meer behoefte aan rust.
Teven met en open pyometra hebben last van stinkende uitvloeiing die naarmate de ontsteking langer duurt heel veel etter te zien geeft, de teef kan koorts krijgen en heeft last van een versnelde ademhaling en hartslag.
Een echo of röntgenfoto kan uitsluitsel geven. De behandeling bestaat meestal uit verwijdering van de baarmoeder. Wanneer pyometra bij jonge teven voorkomt is dit meestal na een behandeling met oestrogeen b.v. na een ongewenste dekking.
Het is zorg bij verdenking van een baarmoederontsteking zo snel mogelijk contact op te nemen met de dierenarts.
 
Endometritis
Dit is een ontsteking van het baarmoederslijmvlies die veroorzaakt wordt door een bacterie. Hierbij wordt geen etter geproduceerd en aangetaste teven vertonen vaak geen symptomen maar nemen meestal niet op wanneer ze gedekt worden.
Deze aandoening doet zich voor na de loopsheid of na een bevalling. Na een loopsheid is de prognose slecht, hierbij is vaak operatief ingrijpen noodzakelijk. Na een bevalling is de prognose goed de behandeling bestaat hier uit toedienen van oxytine gedurende enkele dagen.
 
Vaginale poliepen
Deze poliepen zijn vergroeiingen van de vaginawand. Het gaat in feite om poliepachtige tumoren die goed of kwaadaardig kunnen zijn. Afhankelijk van de soort poliep wordt deze chirurgisch verwijderd, afgebonden of bestraald.
 
Verzakking (Prolabs)
Bij een loopsheid kan de wand van de vagina onder invloed van oestrogeen zo opzwellen dat deze uit de vagina stulpt. De teef zal zich vaker aan de vagina likken, plassen kan haar pijn doen. Soms kan er een verzakking optreden. Deze problemen doen zich meestal voor tijdens de loopsheid, maar kunnen ook ontstaan wanneer een reu en teef tijdens de dekking voortijdig worden gescheiden (de bulbo urethrale klier in de penis is dan nog niet geslonken waardoor bij de teef schade kan ontstaan). Hieruit blijkt eens temeer dat men bij een dekking moet zorgen voor een rustige omgeving.
 
Schijndracht (pseudo-graviditeit)
Schijndracht is een hormonaal bepaalde gedragsstoornis die bij teven van elke leeftijd kan voorkomen na een dekking die niet succesvol is geweest maar ook bij ongedekte teven. In het laatste geval herhaalt deze toestand zich na iedere loopsheid. Omdat er een groot risico bestaat dat er kanker ontstaat bij steeds terugkerende schijnzwangerschap is het aan te bevelen de teef te laten steriliseren. Een schijndrachtige teef gedraagt zich als een drachtige teef, wil meer eten, wordt dikker en gaat nestelen. Ook gaan de melkklieren opzetten en melk produceren.
Gezonde teven kunt u in dat geval een dag laten vasten en ze vijf tot tien uur geen water geven (als u dat laatste tenminste kunt opbrengen).
Niet elke schijndrachtige teef zal al deze verschijnselen vertonen, sommigen hebben er maar van enkele last.
Schijnzwangerschap gaat meestal vanzelf weer over, maar kan als de teef er veel last van heeft, met medicijnen worden behandeld, er zijn ook homeopathische middelen.
Gezwollen melkklieren kunnen zachtjes worden gedept met kamferspiritus (niet wrijven).
Het beste kan men een schijndrachtige teef schraal voeren en veel afleiding en beweging geven.
 
Melkkliertumoren
Melkkliertumoren of kanker aan de melkklieren komt bij teven vaak voor, de klieren in de lies worden het vaakst getroffen. De belangrijkste oorzaak hiervoor is de invloed van oestrogeen dat wordt aangemaakt in de eierstokken. Teven aan wie gedurende langere tijd een anticonceptie pil wordt toegediend lopen meer risico vanwege het hoge gehalte aan oestrogeen dat in het anticonceptie middel is verwerkt.
De teef heeft over het algemeen weinig last van een knobbeltje. Wordt een knobbeltje echter erg groot dan kan ze wel hinder gaan ondervinden. Kwaadaardige melkkliertumoren kunnen uitzaaien naar de longen, lever en andere organen. Laat bij de jaarlijkse enting de dierenarts altijd even controleren of er knobbeltjes te voelen zijn of doe dit zelf op gezette tijden.De behandeling van melkkliertumoren bestaat uit operatieve verwijdering. Wanneer er sprake is van uitzaaiing naar organen kan men overwegen om een chemokuur toe te passen.
 
Melkklierontsteking (mastitis)
Mastitis is een melkklierontsteking die ontstaat tijdens de melkproductie, dit komt omdat bacteriën de kans krijgen om via wondjes of scheurtjes in de borst te dringen. De huid voelt warm aan, is rood verkleurd, de teef is lusteloos en heeft vaak koorts. De behandeling bestaat uit een kuurtje met antibiotica. Haal zogende pups weg bij de ontstoken klier, meestal kiezen de pups er zelf al voor om van deze tepel af te blijven omdat de smaak en geur van de melk niet prettig is.
Dan zijn er natuurlijk nog de problemen rond de bevalling, deze zijn al in een eerder artikel beschreven. Verder is het zo dat teven, vanwege de hormonale schommelingen die gepaard gaan met de loopsheid, eerder kans hebben om diabetes te ontwikkelen. Houdt daarom het gewicht van de teef en haar drinkgedrag in de gaten. Tijdens loopsheid zou een vezelrijk dieet preventief kunnen werken. Diabetes is niet iets dat met thuismedicatie te behandelen is, wanneer u diabetes vermoedt dient u direct contact op te nemen met de dierenarts.
 
Hartproblemen
 
Cardiomyopathie (hartaandoening)
Dilatieve cardiomyopathie is een hartaandoening die gezien wordt bij grote en middelgrote hondenrassen. Wat betekent deze term: cardio = hart, myo = spier, pathie = aandoening. Het is dus een aandoening van de hartspier. De hartspier wordt langzaam aangetast; spiervezels vervallen en worden vervangen door bindweefsel, of de spiervezels komen los te liggen in een gelmassa. Hierdoor kan het hart niet meer goed samentrekken en het bloed wordt niet meer goed voortgestuwd naar de organen. De pompfunctie is verminderd. 
Symptomen
De verschijnselen van hartfalen gaan dan optreden, zoals verminderd uithoudingsvermogen, spierzwakte, dikke buik (vocht) en gewichtsverlies. Dilatatieve cardiomyopathie komt twee keer zo vaak voor bij mannelijke als bij vrouwelijke honden. Het is een chronische aandoening die langzaam verergert. In het begin zijn er weinig tot geen verschijnselen, maar een hond kan er zelfs acuut aan overlijden, zonder dat er andere verschijnselen geconstateerd zijn.
Rassen
Deze hartaandoening komt regelmatig voor bij de Doberman, Boxer, Ierse Wolfshond, Deerhound en New Foundlander. Andere rassen waarbij de aandoening ook voorkomt zijn de Afghaan, Berner Sennenhond, Sint Bernard, Old English Sheepdog (Bobtail), Dalmatiner, Duitse Sennenhond, Duitse Dog, Ierse Setter, Rottweileren kruisingen van deze rassen. Middelgrote rassen met een mogelijkheid tot het ontwikkelen van deze aandoening zijn vooral de Spaniels, met als voornaamste de Engelse en Amerikaanse Cocker Spaniel.  
Oorzaak
De oorzaak van dilatatieve cardiomyopathie is niet bekend, maar waarschijnlijk zijn er veel zaken die ertoe kunnen leiden, zoals:    
Virusinfecties, Auto-immuun aandoeningen (afweer tegen het eigen lichaam), Gifstoffen, Voedingstekorten (met name taurine- en L-carnitinetekorten bij Engelse en Amerikaanse Cocker spaniels), Genetische oorzaken (vooral bij Boxer, Doberman, Ierse Wolfshond en Newfoundlander).
Diagnose
Het vaststellen van de aandoening gebeurt door middel van een vragenlijst en door klinisch onderzoek. Via een vragenlijst wordt bij de eigenaar informatie ingewonnen over veranderingen in uithoudingsvermogen en gedrag. Het klinisch onderzoek bestaat o.a. uit : luisteren naar het hart, voelen van de pols, voelen naar vergroting van organen (door stuwing). Aanvullend kan een röntgenfoto gemaakt worden om eventuele veranderingen aan het hart zichtbaar te maken. Er kan een E.C.G. gemaakt worden om de prikkelgeleiding van het hart vast te stellen. De mooiste techniek is de echo, daar deze de functie van het hart kan weergeven in zowel de vullingsfase als de samentrekkingsfase.  Behandeling als de diagnose gesteld is, kunnen dieren behandeld worden met vochtafdrijvers (plastabletten) en ace-remmers en dietaire maatregelen, zoals b.v. zoutarm of zoutloos voer, zodat het hart minder belast wordt. Er zijn zelfs speciale commerciële diëten voor.Als de problemen tijdig aangepakt worden, kan uw hond met deze medicijnen nog een  prettig leven leiden, ondanks dat er sprake is van een hartprobleem. Hartfalen kan op verschillende leeftijden optreden. Als u verandering opmerkt in het uithoudingsvermogen van uw trouwe metgezel neem dan spoedig contact op met uw dierenarts. Veelal onderschat de eigenaar de klachten van en komt te laat, zodat een ingestelde therapie niet meer het effect heeft wat er van verwacht wordt. Heeft u een  hond van een ras dat tot de risicogroep behoort, dan adviseren wij een halfjaarlijkse controle om eventueel hartfalen in een vroeg stadium  te kunnen vaststellen. 
 
Bot/skelet problemen
 
Wobbler syndroom
Aandoeningen van het ruggenmerg
Aandoeningen van het ruggenmerg komen tamelijk algemeen voor bij honden. Ze worden onder andere veroorzaakt door afwijkingen in bouw van de wervelkolom, waarbij zenuwbanen bekneld kunnen raken. Dit resulteert in verlammingen in overeenstemming met de aard en de plaats van de beknelde zenuw, functieverlies van organen of storingen in het vervoer van zintuiglijke informatie naar het centrale zenuwstelsel.
De dierenarts zal aan de hand van de verlamming of het functieverlies deze beknelling vaak scherp kunnen lokaliseren, omdat er een volledige samenhang bestaat tussen spiergroepen, organen, zintuigcellen en het verloop van de daarop betrekking hebbende zenuwbanen.
De oorzaken kunnen van erfelijke oorsprong zijn en zowel in de aard van de bouw van de wervelkolom liggen als in de aard van de betreffende bot- en kraakbeenstructuur.
Het Wobbler syndroom (ofwel cervicale vertebrale instabiliteit) is een aangeboren aandoening (en vaak ook erfelijke afwijking) die vooral voor komt bij grote rassen als de duitse dog en de Dobermann. Wobbler ontstaat door instabiele verbinding van de vijfde, zesde en zevende nekwervels of een misvormde ruggengraat. De reden van deze afwijking is tot op heden nog niet bekend. Klinische studies wijzen uit dat zowel erfelijkheid als voeding een rol kunnen spelen in het ontstaan van het Wobbler syndroom.
De afwijking lijdt tot een scheuring van de tussenwervelschijf met druk op het ruggenmergkanaal tot gevolg. Deze druk op het ruggenmerg geeft plotselinge symptomen van incoördinatie van de achterhand (omvallen, moeilijk lopen) door de slechte zenuwgeleiding in het ruggenmerg en de nekwervels. De honden lopen als het ware op eieren en hebben een zekere vorm van ataxie. Ze weten als het ware niet goed meer waar ze hun achterbenen plaatsen. Deze symptomen verslechteren meestal langzaam. De honden gaan met de achterbenen wijder lopen om zo meer stabiliteit te hebben. Na een tijdje gaan de dieren ook met hun tenen over de grond slepen waardoor er zelfs letsel op de bovenkant van de tenen kan ontstaan. De symptomen kunnen plots verslechteren met soms complete verlammingen van de achterbenen tot gevolg.
Het uitrekken van en drukken op het hoofd van de hond kan pijnreacties geven.
Bij een röntgenfoto met contrastvloeistof is het Wobbler syndroom vast te stellen. Hierbij wordt contrastvloeistof langs het ruggenmerg gespoten. Door de contrastvloeistof is dan de versmalling van de tussenwervelruimte bij de laatste nekwervels te zien.
Het Wobbler syndroom bij doggen uit zich doorgaans rond het eerste levensjaar. Bij Dobermanns komt het pas op middelbare leeftijd tot uiting.
Een operatie van honden met Wobbler staat nog altijd ter discussie. Naast de zware operatie en lange revalidatie komen de symptomen bij behandelde honden soms toch weer terug. In incidentele gevallen geeft een operatie wel verbetering, maar meestal zijn de vooruitzichten van een hond met het Wobbler syndroom niet gunstig en bestaat de behandeling uit het geven van corticosteroïdeninjecties en fysiotherapie of orthomanuele therapie.
Er wordt op dit gebied nog zeer weinig onderzocht door fokkers. Omdat Wobbler een erfelijke component kan bevatten, is het raadzaam om bij twijfel eventuele fokplannen niet uit te voeren.
 
Enostosis
Enostosis, ook wel panostitis eosinofylica genoemd, is een aandoening van het bot en oorzaak van kreupelheid bij honden in de groeifase.
De ontsteking komt voor in de lange beenderen en wel in het middengedeelte van het bot, de diafyse. Het wordt in de volksmond ook wel “groeipijn” genoemd, dit in vergelijking met de groeipijn bij kinderen. Dit is geen juiste vergelijking, omdat bij kinderen die pijn meer uitgaat van de groeischijven (epifyse) aan de uiteinde van de botten.
 
Oedeem
Enostosis komt veel voor bij middelgrote en grote rassen en wel op de leeftijd tussen 5 en 24 maanden. Met name de lange beenderen, zoals opperarmbeen, spaakbeen, dijbeen en scheenbeen vertonen klachten.
Wat is nu de oorzaak van die pijn in het bot?
Beenderen worden gevoed door bloed, dat door in- en uittredende bloedvaten aan- en afgevoerd wordt via een opening in het bot. In de genoemde groeifase van de hond blijft de groei van deze opening in het bot soms achter bij de groei van de bloedvaten. Hierdoor is de doorsnede van de opening relatief te klein voor de bloedvaten die er doorheen lopen, waardoor de bloedvaten enigszins afgekneld worden. De slagader die het bloed aanvoert heeft een sterkere, meer bespierde wand dan de ader die het bloed weer afvoert. Hierdoor wordt de slagader in staat gesteld meer bloed in het bot te brengen dan er door de ader wordt afgevoerd en ontstaat er stuwing van bloed in het bot, waardoor zich oedeem (vocht) ophoopt. Dit is zeer pijnlijk, vooral als het zich onder het beenvlies(periost) bevindt.
Naast het ontstaan van oedeem kan er ook fibrine (stollingseiwit) in het beenmerg neerslaan. Dit geeft een vlekkerig beeld op de röntgenfoto. In een chronisch stadium kan de fibrine ook nog verbindweefselen. Hierin kan ook kalk worden afgezet, zichtbaar als witte vlekken, vooral rond de opening waar het vat door het bot dringt. Ook kunnen virussen een rol spelen bij het ontstaan van Enostosis.
Symptomen
Ogenschijnlijk gezonde, vaak snelgroeiende honden zijn plotseling al of niet zonder aanleiding kreupel. De kreupelheid vertoont, doordat het een systeemaandoening is, een wisselend karakter: dan eens links voor, dan weer rechts voor. Meestal manifesteert de kreupelheid zich in de voorbenen, maar mogelijk ook in de achterbenen. Vaak blijken de honden een snelle groeifase doorgemaakt te hebben. De honden kunnen ook teveel voer hebben gehad of extra kalk (calcium) hebben gekregen.
Diagnose
Palpatie (het uitoefenen van druk op het bot) en het met de vingers wat doortastend drukken tussen de spiergroepen tot op het bot, geeft veel heftige pijnreacties (“crying out” wegtrekken van het been, soms zelfs bijtreacties). Het losjes bewegen van het schoudergewricht (boegkreupelheid) en van het ellebooggewricht (elleboogkreupelheid) blijkt niet pijnlijk te zijn. Bij röntgenonderzoek blijkt dat de normale schors-merg-structuur is veranderd in een wat vlekkerige, wolkige verandering in het merggedeelte.
Behandeling
Soms gaat de kreupelheid vanzelf over. De hond belast het kreupele been minder en met wat rustig aandoen verdwijnen de klachten vaak weer vanzelf. Bij ernstige en aanhoudende klachten kan overwogen worden om pijnstillers te geven, waarbij moderne NSAID’s de voorkeur verdienen. Soms wordt er als medicatie corticosteroïden voorgeschreven. Deze hebben even wel bij de jonge hond vervelende bijwerkingen, zoals verminderde lengtegroei, vertraagde (kraakbeen) genezing, verminderde afweer etc. Bij het voorschrijven van corticosteroïden aan honden in de groei, moet men zich de nadelen vooraf goed realiseren.
Het is in alle gevallen van belang dat deze honden een fabrieksmatig samengesteld voer krijgen met een goed calciumgehalte en een juiste calcium-fosfor verhouding. De hond krijgt beweging aan de lijn voorgeschreven en gooien met ballen of stokken, alsmede spelen met andere honden moet uiteraard worden vermeden.
Het lijkt erop dat Enostosis in bepaalde rassen in bepaalde lijnen steeds vaker optreedt. Mogelijkerwijs speelt erfelijkheid hierbij een rol. Hoe de vererving is en hoe zwaar we hieraan moeten tillen is niet bekend. Zwaarlijvigheid, teveel voer, voer met een te hoog calciumgehalte, snelle groei, overdadige beweging kunnen wellicht invloed hebben op het ontstaan van Enostosis.
Samenvatting
Enostosis is een aandoening van het bot, die de oorzaak kan zijn van kreupelheid in de groeifase bij honden van middelgrote en grote rassen. De diagnose is eenvoudig door palpatie en röntgenonderzoek te stellen. De hond is met rust (eventueel aangevuld met medicijnen) zeer goed te behandelen. Deze aandoening veroorzaakt geen blijvende schade aan het skelet. Al hoewel perioden van pijn gedurende de eerste twee levensjaren kunnen optreden, is het vooruitzicht op uiteindelijk herstel zeer goed.
 
Spondylose / Arthrose
Arthrose en spondylose kan bij alle dieren met een benig skelet optreden, maar komt het meest bij de hond voor. Honden met artrose en/of spondylose kunnen veel pijn hebben.Wat zijn bij honden de verschijnselen van pijn ten gevolge van arthrose en/of spondylose? Afhankelijk van de mate waarin de hond aan de ziekte lijdt en van het karakter van de hond, kunnen de verschijnselen variëren. Stijfheid, mank lopen, moeite met opstaan en/of liggen, moeilijk in de auto klimmen of de trap oplopen, spierafname, niet graag uitgelaten worden, afgenomen activiteit of zelfs lusteloos zijn, snel geirriteerd raken, meer aandacht vragen of zich juist terugtrekken.
Wat is arthrose?
Artrose is een gewrichtsaandoening, die op elke leeftijd kan optreden. Door een langdurige ontsteking ontstaan onherstelbare veranderingen aan het gewrichtskraakbeen (= bekleding van de botuiteinden) en het bot. Het gewrichtskraakbeen raakt beschadigd (kan zelfs verdwijnen) en aan de gewrichtsranden treedt als ongunstig effect extra botvorming op. Arthrose kan in alle gewrichten voorkomen, dus ook in de rug.
Arthrose van de rugwervels wordt spondylose genoemd. Hierbij wordt extra bot gevormd aan de zijkanten en aan de onderzijde van wervels. Dit leidt tot verstijving van de wervelkolom. Tevens kunnen de beenderige vergroeiingen drukken op de zenuwen, die uit de wervelkolom treden en de spieren, darmen en blaas verzorgen.
Het gevolg is:
• pijn aan of verlamming van de achterhand van het dier en/of
• verlamming van darm en/of blaas.
De mogelijke oorzaken van arthrose zijn:
1. Beschadiging van het gewrichtskraakbeen door:
• Een instabiel gewricht (= gewrichtsslapte) of een ongelijkvormig gewricht.
Een gewricht kan in aanleg niet goed ontwikkeld zijn (zoals bij heup- en elleboogdysplasie). Ook door een blessure kan een gewricht instabiel worden (zoals bij een gescheurde kruisband in de knie).
• Overbelasting van een gewricht door overgewicht of door een te zwaar trainingsprogramma. Ook bij het spelen met een bal waarbij de hond abrupte draaibewegingen maakt en remt, treden microscopisch kleine beschadigingen in het kraakbeen op.
• Een ontwrichting (= luxatie) of een gewrichtsbreuk.
Klachten als gevolg van beschadiging van het gewrichtskraakbeen komen pas op latere leeftijd, als de onherstelbare veranderingen aan het kraakbeen en het bot al zijn ontstaan.
2. Infecties.
3. Auto-immuunziekten zoals Reumatoïde arthritis, waarbij afweercellen gezonde gewrichtskapsels aantasten. Deze raken ontstoken en uiteindelijk kunnen ook kraakbeen en bot worden aangetast.
4. Verhoogde voeropname en verhoogde kalkopname bij jonge honden van grote rassen.
 Hoe wordt de diagnose gesteld?
Op de eerste plaats kan de dierenarts met een klinisch onderzoek van de hond de veranderingen ontdekken door te voelen.
Vervolgens kan met röntgenfoto's de definitieve diagnose worden gesteld en wordt een indruk verkregen over de uitgebreidheid van de arthrose.
Op de röntgenfoto kunnen we echter alleen nieuwvormingen zien die voor minimaal 30% met kalk zijn gemineraliseerd. Dus de nieuwvormingen zijn meestal uitgebreider dan op de röntgenfoto zijn te zien. Ook is op een röntgenfoto niet altijd te beoordelen in welke mate de nieuwvormingen problemen veroorzaken. Een hele kleine botnieuwvorming aan de wervelkolom kan grote gevolgen hebben op de doorstroming van bijvoorbeeld de ruggenmergszenuwen, de bloedvaten en de lymfevaten die uit de wervelkolom treden.
N.B.: Uit een röntgenfoto mag alleen een conclusie worden getrokken als die overeenkomt met hetgeen uit het klinisch onderzoek van de dierenarts naar voren is gekomen.
Tot slot kan met een chiropractisch onderzoek bepaald worden:
1. Welke botnieuwvormingen problemen veroorzaken en in welke mate. Ook de nieuwvormingen die nog niet op de röntgenfoto zichtbaar zijn.
2. Welke "goed uitziende" gewrichten niet goed bewegen en dus niet goed functioneren en daardoor mogelijk arthrose zullen ontwikkelen.
 De behandeling:
Arthrose is niet te genezen.
De behandeling zal erop gericht zijn om:
• de pijn te verminderen en
• de uitbreiding ervan zoveel mogelijk af te remmen, om de functie van het gewricht zo goed mogelijk te houden.
Individueel zal bepaald worden bij welke behandelingen de hond de meeste baat heeft.
1. Chirurgische behandeling.
In een aantal gevallen is de oorzaak van de arthrose met chirurgie aan te pakken. Zoals bij een gescheurde kruisband in de knie. Door de knie chirurgisch te stabiliseren wordt de ontwikkeling van de arthrose sterk afgeremd. Ook kan bijvoorbeeld een sterk versleten heup vervangen worden door een kunstheup. De revalidatie na zo'n ingreep vergt veel tijd.
2. Acupunctuur, fytotherapie (= kruidengeneeswijze) en homeopathie kunnen een positieve bijdrage leveren.
3. Voedingssupplementen, zoals glucosamines, chondroïtinesulfaat, omega 3 en omega 6 vetzuren, vitamine A, C en E, ß-caroteen en het extract van de Groenlip-mossel, kunnen een positieve bijdrage leveren.
4. Bescherming tegen koude, vocht en tocht.
Koud, nat weer verergert de klachten.
5. Overbelasting van de gewrichten voorkomen
door het lichaamsgewicht te optimaliseren en geen zware inspanningen te verrichten.
Overgewicht en zware inspanningen beschadigen het toch al broze kraakbeen nog meer.
Daarom niet over zacht zand gaan lopen, want hierbij maken de gewrichten kleine draaibewegingen en wordt meer druk op het kraakbeen uitgeoefend. Plotselinge belasting zoals bij stokken en balletjes gooien is ook minder verstandig.
Bij arthrose aan de voorpoten de hond niet uit de auto of van de bank af laten springen. Tevens de etensbak en de drinkbak op een verhoging plaatsen, waardoor de hond tijdens het eten en drinken de voorpoten niet teveel hoeft te belasten.
Bij heupdysplasie of lumbosacrale degeneratieve compressie (= slijtage in de onderrug) de hond niet in de auto of op de bank laten springen.
Voorkom uitglijden. Vooral als de hond zijn balans probeert te vinden bij het opstaan en het eten. Dit kan door een stroeve ondergrond (kleed of deurmat) voor de ligplaats en de etensbak te leggen.
6. Gerichte lichaamsbeweging met of zonder fysiotherapie en/of chiropractie.
Regelmatig korte afstanden lopen of zwemmen.
Spieren en kraakbeen hebben beweging nodig om sterk te blijven. Beweging bevordert de voeding van het kraakbeen.
7. Corticosteroïden (zoals prednisolon en dexamethason) zijn steroïde ontstekingsremmer, die de pijn stillen, maar tevens herstel van gewrichtskraakbeen belemmeren en de weerstand tegen infecties verminderen. Bij langdurige toediening kunnen zij ook ernstige verstoringen in de hormoonhuishouding veroorzaken.
8. Niet steroïde ontstekingsremmende pijnstillers.
Doel van deze pijnstillers ofwel NSAID's:
• pijnstilling en
• ontstekingsremmend en
• voor sommigen geldt ook dat ze een beschermende werking op het gewrichtskraakbeen hebben.
Door de pijnstilling gaat de hond meer bewegen, hetgeen een positief effect heeft op de spieren en het kraakbeen.
 
HD
Wat is heupdysplasie?
Heupdysplasie betekent letterlijk "heupmisvorming" en wordt meestal aangeduid met de afkorting "HD".
Heupdysplasie is een afwijking aan de heupgewrichten waarbij de ontwikkeling van de heupen bij een jonge, opgroeiende hond niet normaal verloopt en de gewrichten ernstig misvormd kunnen worden.
Oorzaak
HD wordt veroorzaakt door een combinatie van erfelijke en uitwendige factoren.
HD is een erfelijk bepaalde afwijking, maar uitwendige invloeden zoals groeisnelheid, lichaamsgewicht, beweging, spierontwikkeling en voeding spelen hierbij een belangrijke rol.
De combinatie van erfelijke aanleg en de na de geboorte van de pup optredende uitwendige invloeden leidt tot een verkeerde ontwikkeling van de heupgewrichten en de uiteindelijke misvormingen.
Door al deze verschillende uitwendige invloeden, kan de mate van misvorming van de heupen met een gelijke erfelijke aanleg sterk variëren.
HD wordt vooral gevonden bij honden van grote en middelgrote rassen, maar soms ook bij honden van de wat kleinere rassen. HD komt niet uitsluitend voor bij rashonden, maar ook bij hun kruisingsproducten.
Normaal gewricht
Bij een normaal heupgewricht wordt de gladde, bolronde kop van het dijbeen door gewrichtskapsel, - banden en omringende spieren goed op zijn plaats gehouden in de voldoende diepe kom van het bekken.
Doordat de dijbeenkop kan draaien in de bekkenkom laat het gewricht een vrij ruime beweging toe. Bij dit draaien zal echter de kop wel goed aangesloten moeten blijven in de kom. Deze stevige aansluiting van de kop in de kom is niet alleen noodzakelijk voor een goede functie van het gewricht, maar is ook noodzakelijk voor een normale ontwikkeling van het gewricht van jonge, nog groeiende honden.
Bestaat er bij de jonge, opgroeiende hond teveel speling tussen de kop en de kom, dan kunnen er misvormingen ontstaan:
  • de aansluiting van de kop in de kom kan onvoldoende worden of de kop kan zelfs helemaal buiten de kom komen te liggen;
  • de dijbeenkop kan vlak worden;
  • de bekkenkom kan ondiep worden;
  • er kunnen botwoekeringen ontstaan rond de kop en de kom door abnormale slijtage van het gewricht.
De mate waarin de misvormingen optreden kan variëren van zeer gering tot zeer ernstig.
Een pup wordt geboren met een skelet dat bestaat uit zacht, elastisch bot en kraakbeen. Het heupgewricht bestaat uit 4 delen: darmbeen, schaambeen, zitbeen en dijbeen.
Het gewricht is op die jonge leeftijd weliswaar elastisch van bouw, maar stabiel. Blijft die stabiliteit gedurende de groei van de hond aanwezig, dan zal zich een heupgewricht vormen waarbij de heupkom diep en nauwsluitend in de heupkom gelegen is.
Het feit dat de gewrichtsstabiliteit van de heupgewrichten bij de jonge pup met name afhankelijk is van de "weke" delen toont dus aan dat HD in oorsprong een afwijking is van juist de "weke" delen. Men is echter geneigd HD als een botziekte te beschouwen, hetgeen onjuist is!
Dit wordt veroorzaakt door het feit dat men bij een hond die aan HD lijdt vaak op de röntgenfoto afwijkingen aan de botten ziet, die het gevolg en niet de oorzaak zijn van de instabiliteit van de heupgewrichten.
Verschijnselen
Honden met HD kunnen hiervan ernstige hinder ondervinden, soms al op zeer jonge leeftijd (beneden de leeftijd van een jaar), maar vaker op oudere leeftijd.
De verschijnselen die hierbij optreden zijn het gevolg van een abnormale of belemmerende beweging van de heupgewrichten en/of van pijn en deze kunnen zich uiten in:
  • moeilijk opstaan, soms met pijn;
  • een stijve achterhand, vooral na rust;
  • huppelen met de achterpoten alsof deze de voorpoten niet kunnen bijhouden (huppen als een konijn);
  • slecht uithoudingsvermogen; snel gaan liggen;
  • doorzakken van de achterhand;
  • kreupelheid in een of beide achterbenen;
  • niet willen spelen, wandelen
  • koehakkige stand (de hakken worden naar binnen gedraaid).
Geen van deze verschijnselen is echter typisch voor HD en een onderzoek is dan ook nodig om vast te stellen wat de oorzaak van de klachten is. Na zo'n onderzoek zullen meestal röntgenfoto's van de heupgewrichten worden gemaakt. Dit is de enige manier om vast te stellen of er misvorming van het heupgewricht bestaat en te zien hoe ernstig deze is.
Veranderingen aan de heupgewrichten kunnen worden beoordeeld op röntgenfoto's. De ernst van de misvormingen is echter geen goede maat voor de ernst van de klachten.
Bij honden met zeer ernstige klachten worden soms maar weinig afwijkingen gevonden, terwijl honden met ernstig misvormde heupen soms verbazend weinig problemen hebben.
De klachten die de jonge hond vertoont zijn over het algemeen wisselend van karakter, duur en intensiteit. Veel honden gaan onder invloed van de pijn zichzelf ontzien, zodat de schade in de gewrichten zich weer (tijdelijk) kan herstellen. Op den duur is het gewricht na veel herstelwerkzaamheden voor een tijd min of meer klachtenvrij (tenminste voor zover wij als mens dat kunnen waarnemen). Later echter vertonen de meeste honden weer klachten.
Feit is dat de daarin ervaren dierenarts al bij een pup van ca. 8 weken kan voelen of de heupen stabiel zijn. Met behulp van een bepaalde handgreep kan men voelen of de heupkop al dan niet "vast" in de heupkom zit. Met grote zekerheid kan dan al voorspeld worden of de heupgewrichten zich "normaal" zullen ontwikkelen.
Dit toont dus al aan, dat de stabiliteit van het heupgewricht iets is dat aangeboren is; op jonge leeftijd zorgen met name het gewrichtskapsel en -bandje voor de stabiliteit.
Op latere leeftijd spelen ook de bekkenspieren een grote rol. Dat is ook de reden dat honden met veel bekkenspieren gemiddeld minder aan HD lijden.
Hond met HD
Wanneer de hond geen klachten vertoont is behandeling niet nodig en gelukkig kunnen veel honden ondanks hun HD prima als huishond functioneren. De kans op problemen blijft echter bestaan en zal toenemen naarmate meer van de hond wordt geëist (zoals bijvoorbeeld bij africhting) en naarmate de hond ouder wordt.
HD is niet te genezen, maar in veel gevallen wel te behandelen.
Misvormingen van de heupgewrichten kunnen, eenmaal aanwezig, niet meer ongedaan worden gemaakt.
Een behandeling zal dan ook vooral gericht zijn op de revalidatie van de afwijkende heupgewrichten:
  • overmatig lichaamsgewicht voorkomen of drastisch verminderen (vermageren) om onnodige belasting van de heupgewrichten te voorkomen;
  • regelmatige lichaamsbeweging om de gewrichten minder stijf te doen worden en proberen de bespiering te bevorderen (vaak korte stukjes uitlaten, lichte looptraining, zwemmen);
  • pijnbestrijding als ondersteuning van de revalidatie (injectie of medicijnen, en/of eventueel operatief ingrijpen).
Preventie
Is HD te voorkomen?
Een afdoende behandeling voor HD bestaat niet. Daarom moet getracht worden het ontstaan van HD zoveel mogelijk te voorkomen. Dat kan
  • door de uitwendige omstandigheden voor jonge, opgroeiende honden zo gunstig mogelijk te maken (goede voeding, maar vooral niet teveel; overmatige belasting van de heupgewrichten voorkomen; beperken van springen, trap lopen en trekken);
  • via de fokkerij, door controle van de voor de fokkerij bestemde honden.
Voeding
Tijdens de groei van het bot wordt steeds kraakbeen omgezet in bot: zowel in de groeischijf als bij de uiteinden van alle botten. Verbening van het kraakbeen kan verstoord worden door voedingsfouten.
Met name teveel energie, teveel Calcium (kalk), een foutieve Calcium/Fosfor-verhouding en te veel of te weinig vitamine D kunnen deze verbening met grote gevolgen verstoren.
Bekend is dat honden die "fout" gevoed worden beduidend meer lijden aan onder andere HD. Een hond die een "complete voeding" krijgt heeft geen behoefte meer aan extra vitaminen en mineralen. Vooral extra kalk en Vitamine D hebben juist een averechts effect op de skelet- en gewrichtsontwikkeling.
"Compleet" voer moet, wettelijk verplicht, de juiste hoeveelheden en verhoudingen van o.a. Calcium, Fosfor en Vitamine D bevatten.
Te hard groeien en overgewicht beëInvloeden beiden het optreden van HD ten nadele.
Als vuistregel doet men er goed aan de aanwijzingen van de voerfabrikant omtrent de te verstrekken hoeveelheid voer op te volgen.
Beweging
Tijdens de groei van de hond is voldoende en gedoseerde beweging noodzakelijk om de weke delen goed te laten ontwikkelen.
Met name "rechtlijnige beweging" is voor de ontwikkeling van de bekkenspieren belangrijk; dus met name in rechte lijn wandelen, naast de fiets lopen in een rustige draf of zwemmen zijn erg geschikte bewegingsvormen.
Over het fietsen met de hond is nogal wat discussie; vele onderzoekers menen dat dit een geschikte bewegingsvorm voor jonge honden is, mits men zich aan enkele regels houdt.
De hond moet minimaal 5 à 6 maanden oud zijn. Onder fietsen wordt verstaan een (sukkel)drafje. De lengte van de fietstocht hangt met name van de jonge hond af; de hond mag wel moe, maar niet oververmoeid raken.
Een jonge hond geeft meestal zelf aan hoelang, maar overdrijf met name de eerste maanden niet. Bedenk: in de natuur moeten wolvenpups op deze leeftijden al hele afstanden meedraven met de roedel!
Ongeschikte bewegingsvormen zijn korte draaibewegingen; dus de opgroeiende jonge hond niet overdreven achter balletjes of stokken aan laten rennen, traplopen of veelvuldig (op) springen zijn helemaal uit den boze.
Natuurlijk verdient iedere hond een aangename, normale jeugd, maar denk als eigenaar terdege aan bovenstaande punten.
HD waardes
Op het Rapport-Heupdysplasie-Onderzoek treft u de definitieve beoordeling aan, de F.C.I.-beoordeling, en een aantal gegevens die een verklaring geven voor de definitieve beoordeling.
De aanduiding HD A betekent dat de hond röntgenologisch vrij is van heupdysplasie, wat echter niet betekent dat de hond geen "drager" van de afwijking kan zijn.
HD B (=overgangsvorm) betekent dat op de röntgenfoto's geringe veranderingen zijn gevonden, die weliswaar toegeschreven moeten worden aan heupdysplasie, maar waaraan in het kader van de fokkerij geen direkte betekenis kan worden toegekend.
De aanduiding HD C (=licht positief) of HD D (=positief) betekent dat bij de hond duidelijke veranderingen, passend in het ziektebeeld van HD zijn gevonden.
Wanneer de heupgewrichten ernstig misvormd zijn wordt dit aangegeven met HD E (=positief in optima forma).
De Norbergwaarde
Van beide heupkoppen wordt het middelpunt bepaald en deze middelpunten worden verbonden met een lijn. In beide heupgewrichten wordt vanuit dit middelpunt een lijn langs de voorste rand van de heupkom getrokken. De hoek die beide lijnen in het middelpunt van de heupkop met elkaar maken, minus 90, geeft de Norbergwaarde van het betreffende gewricht. De Norbergwaarden van linker en rechter gewricht bij elkaar opgeteld geeft de "som Norbergwaarden", die op het rapport vermeld is.
 
 
ED
De bouw van het ellebooggewricht
Het ellebooggewricht is een scharniergewricht tussen enerzijds het opperarmbeen (Humerus) en anderzijds het spaakbeen (Radius) en de ellepijp (Ulna). Bij een aantal diersoorten wordt het gewricht wat complexer, doordat de radius en ulna samen ook nog in de lengte-as om elkaar heen kunnen draaien. Bij honden is deze beweging niet of nauwelijks mogelijk. De oppervlakken op de botten die het eigenlijke gewricht vormen zijn bekleed met kraakbeen. De ruimte tussen gewrichtsoppervlakken is gevuld met gewrichtssmeer (Synovia), dat dient als smeermiddel en een functie heeft in het voeden van het kraakbeenlaagje.
Elleboog-dysplasie
Elleboog dysplasie is een algemene term die eigenlijk vier aandoeningen omvat:
  • Osteochondrosis Dissecans (OCD)
  • Los Processus Coronoideus (LPC)
  • Los Processus Anconeus (LPA)
  • Degeneratieve Gewrichtsziekte
Osteochondrosis Dissecans (OCD)
OCD (Zie afbeelding) komt o.a. in het ellebooggewricht voor. Het is een losliggend stukje kraakbeen op de binnenste rolkam van de opperarm, met daaronder bot wat ontstoken is. De aandoening kan eenzijdig of beiderzijds voorkomen en operatief ingrijpen is noodzakelijk om verdere schade aan het gewricht te beperken. Bij de operatieve ingreep wordt het losliggend stukje kraakbeen verwijderd en het ontstoken bot wordt gecuretteerd. De prognose is bij tijdig operatief ingrijpen goed. Indien te lang wordt gewacht met operatief ingrijpen is meestal forse arthrose het gevolg. Wat een progressieve kreupelheid veroorzaakt.
Los Processus Coronoideus (LPC)
Het los processus coronoïdeus (Zie afbeelding) is een los stukje bot in het ellebooggewricht van de hond. Het is de meest voorkomende oorzaak van elleboogsdysplasie bij de hond. De aandoening wordt bij veel grote rassen aangetroffen en komt symptoomloos voor bij enkele kleine rassen.
Door een overbelasting van dit stukje bot van de ulna gaat het kapot. Het kan afbreken of het oppervlakkige gewrichtskraakbeen raakt beschadigd. In veel gevallen is een incongruentie van het ellebooggewricht de oorzaak. Incongruentie wordt veroorzaakt als de drie botten die het ellebooggewricht vormen niet allen even snel groeien. Hierdoor kan een overbelasting van het processus coronoïdeus ontstaan waardoor het wordt beschadigd.
De hond is kreupel na enige tijd gelegen te hebben of na inspanning. De klachten kunnen ontstaan vanaf de 4e levensmaand. Indien beide ellebogen zijn aangedaan kan het moeilijk zijn om de kreupelheid waar te nemen. De stand van de poot is vrij kenmerkend: de hond draait de ondervoet naar buiten en de elleboog wordt tegen het lichaam gedrukt. Bij bepaalde handgrepen is de elleboog zeer pijnlijk. De aandoening geeft aanleiding tot irritatie van het ellebooggewricht en resulteert in artrose.
De diagnose is in een vroeg stadium met röntgendiagnostiek nauwelijks te stellen, in een licht gevorderd stadium kan een waarschijnlijkheidsdiagnose gesteld worden. Met behulp van artroscopie is de diagnose zeker te stellen. Uitgebreid onderzoek heeft uitgewezen dat honden die op het juiste moment chirurgisch behandeld worden gemiddeld een betere prognose hebben dan de honden die allen met medicijnen en rust worden behandeld.
Gezien de hoge frequentie waarmee deze aandoening voorkomt bij sommige rassen mag een preventieve werking verwacht worden van gerichte foktechnische maatregelen.
Los Processus Anconeus (LPA)
LPA (Zie afbeelding) is één van de drie vormen van osteochondrose in het ellebooggewricht van de, snel groeiende, pup van een middelgroot tot groot ras. In dit greview is er sprake van een los stukje bot in het gewricht. Het processus anconeus is een stukje bot van de ulna. Bij sommige rassen zit het vast bij de geboorte en raakt het in een later stadium los. Bij andere rassen zit het stukje bot los bij de geboorte en moet het vastgroeien aan de ulna en wil dit maar niet lukken. In beide gevallen komt het stukje bot los te liggen in het ellebooggewricht wat aanleiding is tot irritatie. De irritatie gaat over in pijn en de hond zal mank gaan lopen. Als beide ellebogen aangedaan zijn dan kan het kreupel lopen soms moeilijk waargenomen worden. De eerste klinische symptomen kunnen zichtbaar zijn vanaf de 4-5e levensmaand.
De instabiliteit van de elleboog, veroorzaakt door het losse stukje bot, zal resulteren in artrose van het gewricht. De definitieve diagnose wordt met behulp van röntgenfoto’s gesteld.
Omdat de instabiliteit niet vanzelf verbetert is een chirurgische ingreep noodzakelijk. Voor de behandeling bestaat een keuze uit verschillende technieken, bij ieder greview moet individueel bekeken worden wat voor die hond de beste behandeling zou zijn. In bijna alle gevallen zal de artrose, ondanks de chirurgische behandeling, in meer of meerdere mate voortschrijden in de tijd. Omdat bij één ras het vrijwel vaststaat dat het om een erfelijk gebrek gaat moet de preventie gezocht worden in foktechnische maatregelen.
 Degeneratieve Gewrichtsziekte
Dit omvat een degeneratie van het kraakbeen dat echter niet gepaard gaat met een ontsteking. Ook deze aandoening kan met röntgenfoto's worden opgespoord.
Verschijning
Enigszins rasafhankelijk zijn er meerdere verschijningsvormen. Zo zien we bijvoor-beeld bij de Duitse Herder met name het ontstaan van een groot, niet vastgegroeid botstuk aan de bovenzijde van het gewricht (de losse processus anconeus, LPA) en bij de Rottweiler met name een klein los stukje aan de binnenzijde van het gewricht (de losse processus coronoideus, LPC). Bij een aantal andere hondenrassen (Molossers, Berner Sennenhonden, Labradors, New Foundlanders etc.) komen we vaak een mengbeeld tegen van de LPC en het loslaten van een stukje kraakbeen aan de binnenzijde van het gewrichtsvlak van de bovenarm (de osteochondrosis dissecans, OCD).
Diagnose
Om de diagnose ED te stellen zal er naast een klinisch onderzoek ook een röntgenologisch onderzoek plaats moeten vinden. Hierbij wordt aan de hand van foto's van de elleboog in meerdere posities de uiteindelijke diagnose gesteld.
 
Hersen/zenuwstelsel problemen
 
Epilepsie
Epilepsie is het herhaald optreden van toevallen. Meestal komen die aanvallen met een zekere regelmaat van gemiddeld eens per maand. Treden ze vaker op, dan zijn medicijnen noodzakelijk.
Aanvallen ontstaan doordat er in de hersenen bepaalde signalen niet worden afgezwakt. In normale gevallen worden in de hersenen een heleboel signalen ontvangen, verwerkt en verzonden. Het wordt allemaal automatisch in de juiste banen geleid. Als een hond epilepsie heeft, worden de signalen niet allemaal op de juiste manier verwerkt. Ze hopen zich als het ware op en op een bepaald moment komen ze tot een uitbarsting in de vorm van een aanval. De hond zelf merkt daar in principe weinig van. Er bestaan twee soorten epilepsie: primaire epilepsie, ook wel idiopatische, genetische of 'echte' epilepsie genoemd en secundaire epilepsie, waarbij een aanwijsbare oorzaak te vinden is. Epilepsie bestaat zoals al eerder verteld uit het herhaaldelijk optreden van aanvallen. Bij honden zijn er drie soorten aanvallen te onderscheiden:
  • Partiële aanvallen, waarbij bepaalde delen van het lichaam betrokken zijn, zoals bijvoorbeeld stuiptrekken, vlieghappen, zenuwtrekjes in het gezicht of het trekken met een oor.
  • Gegeneraliseerde aanvallen, ook wel grand mal genoemd. Deze aanvallen bestaan uit twee fasen: de tonic en de clonic fase. De tonic fase is herkenbaar aan het omvallen van het dier, verlies van bewustzijn, het verstijven van de poten en krampen van het hele lichaam. Soms stopt ook de ademhaling. Deze fase duurt gewoonlijk ongeveer 10-30 seconden. De clonic fase bestaat uit het bewegen van het hele lichaam, waaronder het heftig bewegen van de poten (het zogenaamde 'lopen'). Bij beide fasen kan ook de controle over blaas of darmen wegvallen en kan er salivatio optreden. In sommige gevallen verschijnt er schuim om de mond.
  • Atypische aanvallen, welke niet in te delen vallen bij de vorige twee soorten.
De meeste aanvallen zijn in drie fasen in te delen.
De prodrome is de beginfase voor de werkelijke aanval. Hierin treedt een bewustzijnsverandering op. De hond is onrustig en vertoont soms afwijkend gedrag. Het dier kan aanhankelijker worden, of zich juist terugtrekken. Soms is er een vreemde blik in de ogen te zien. De prodrome kan enkele minuten tot enkele dagen aanhouden. Enkele seconden tot enkele minuten voor de feitelijke ictus (zie hieronder) vindt de aura plaats, een kortdurend vreemd gedrag, of raar kijken van de hond.
De ictus is de werkelijke aanval, waarin dus de tonic en de clonic fase optreden. De hond valt om, verstijfd gedurende een korte periode (± 30 seconden), gevolgd door ontspanning, waarbij krampen en heftige beweging met de poten optreed. De ictus duurt ongeveer 1-3 minuten.
De postictale fase is de periode na de aanval. De hond komt bij bewustzijn, krabbelt overeind en is meestal een poosje de kluts kwijt. Sommige honden hebben extreme honger of dorst. Vaak zien ze slecht en hebben moeite met bewegen. Enkele honden zijn vlak na de aanval overactief en anderen zijn juist geheel uitgeteld. De post-ictale fase kan enkele minuten tot enkele dagen duren.
Voor meer informatie van Epilepsie bij honden ga naar deze site
 
Maag en darm problemen
 
Giardia
Een oorzaak die vaak over het hoofd gezien wordt is diarree ten gevolge van Giardia. Giardia is een flagellaat (= een protozoaire parasiet) en bestaat uit een eencellig organisme, dat voorkomt in diverse ontwikkelingsstadia.
Giardia is de meest voorkomende maag-darmparasiet bij honden, 10-20% van de diarree bij honden wordt veroorzaakt door giardia, bij dierenpensions en kennels kan dit oplopen tot 100%.
Ook bij jonge honden met diarree, die uit het buitenland geïmporteerd of meegenomen worden zien we vaak een giardia besmetting.
Giardia is een Zoonose, het is dus ook voor mensen besmettelijk!
Overdracht vindt plaats via de feacale-orale weg. Dit houdt in dat het dier de cysten uitpoept en dat een ander dier of mens zich hiermee via de opname via de mond besmet.
Slechts 10 cysten zijn nodig om een infectie bij een nieuwe gastheer aan te laten slaan. Er worden bij een infectie tot wel 100.000 cysten per gram ontlasting uitgescheiden! Welke honden zijn Vatbaar voor Giardia.Vaak verlopen Giardia infecties, bij gezonde dieren, zonder symptomen maar scheiden ze wel periodiek de besmettelijke cysten uit. Echter bij honden met minder weerstand komt het wel tot ziekte verschijnselen. Vooral honden die in een asiel of pension verblijven kunnen gemakkelijk met Giardia besmet raken. Jonge honden en honden met een verminderde weerstand, bv door ziekte of stress, kunnen diarree door giardia oplopen.
Langdurige diarreeAls een diarree chronisch is geworden, dit betekent dat de diarree meerdere weken tot zelfs maanden aanwezig is, denk dan aan Giardia! Denk vooral aan Giardia als u hond steeds terugkerende diarree heeft en u uw hond behandeld heeft met medicijnen en aangepast voer en er geen enkele verbetering optreedt. Hoe ziet Giardia diarree eruitGiardia geeft dunne ontlasting of brijachtige stinkende diarree. Er kan slijm en bloed bij zitten. Ook zie je vaak dat de honden misselijk zijn en makkelijk overgeven, maar vaak behouden ze wel hun eetlust.
Welke honden zijn Vatbaar voor Giardia.Vaak verlopen Giardia infecties, bij gezonde dieren, zonder symptomen maar scheiden ze wel periodiek de besmettelijke cysten uit. Echter bij honden met minder weerstand komt het wel tot ziekte verschijnselen. Vooral honden die in een asiel of pension verblijven kunnen gemakkelijk met Giardia besmet raken. Jonge honden en honden met een verminderde weerstand, bv door ziekte of stress, kunnen diarree door giardia oplopen.
Langdurige diarreeAls een diarree chronisch is geworden, dit betekent dat de diarree meerdere weken tot zelfs maanden aanwezig is, denk dan aan Giardia! Denk vooral aan Giardia als u hond steeds terugkerende diarree heeft en u uw hond behandeld heeft met medicijnen en aangepast voer en er geen enkele verbetering optreedt. Hoe ziet Giardia diarree eruitGiardia geeft dunne ontlasting of brijachtige stinkende diarree. Er kan slijm en bloed bij zitten. Ook zie je vaak dat de honden misselijk zijn en makkelijk overgeven, maar vaak behouden ze wel hun eetlust.
Welke honden zijn Vatbaar voor Giardia
Vaak verlopen Giardia infecties, bij gezonde dieren, zonder symptomen maar scheiden ze wel periodiek de besmettelijke cysten uit. Echter bij honden met minder weerstand komt het wel tot ziekte verschijnselen. Vooral honden die in een asiel of pension verblijven kunnen gemakkelijk met Giardia besmet raken. Jonge honden en honden met een verminderde weerstand, bv door ziekte of stress, kunnen diarree door giardia oplopen.
Langdurige diarreeAls een diarree chronisch is geworden, dit betekent dat de diarree meerdere weken tot zelfs maanden aanwezig is, denk dan aan Giardia! Denk vooral aan Giardia als u hond steeds terugkerende diarree heeft en u uw hond behandeld heeft met medicijnen en aangepast voer en er geen enkele verbetering optreedt. Hoe ziet Giardia diarree eruitGiardia geeft dunne ontlasting of brijachtige stinkende diarree. Er kan slijm en bloed bij zitten. Ook zie je vaak dat de honden misselijk zijn en makkelijk overgeven, maar vaak behouden ze wel hun eetlust.
Welke honden zijn Vatbaar voor Giardia
Vaak verlopen Giardia infecties, bij gezonde dieren, zonder symptomen maar scheiden ze wel periodiek de besmettelijke cysten uit. Echter bij honden met minder weerstand komt het wel tot ziekte verschijnselen. Vooral honden die in een asiel of pension verblijven kunnen gemakkelijk met Giardia besmet raken. Jonge honden en honden met een verminderde weerstand, bv door ziekte of stress, kunnen diarree door giardia oplopen.
Langdurige diarree
Als een diarree chronisch is geworden, dit betekent dat de diarree meerdere weken tot zelfs maanden aanwezig is, denk dan aan Giardia! Denk vooral aan Giardia als u hond steeds terugkerende diarree heeft en u uw hond behandeld heeft met medicijnen en aangepast voer en er geen enkele verbetering optreedt.
Hoe ziet Giardia diarree eruit
Giardia geeft dunne ontlasting of brijachtige stinkende diarree. Er kan slijm en bloed bij zitten. Ook zie je vaak dat de honden misselijk zijn en makkelijk overgeven, maar vaak behouden ze wel hun eetlust.
Giardia komt voor in 2 vormen
  • 1. Het parasietenstadium = trofozoiet. Toont zich als een zeer klein meercellig zweepdiertje, die alleen met een microscooop met grote vergroting te zien is. Vermeerdering vindt plaats door tweedeling en daarom kan de vermeerdering explosief gaan. Uit iedere trofozoziet ontstaat een cyste.
  • 2. Cyste of ook wel oocyste genoemd. Dit is het zeer infectieuze stadium. Na uitscheiding in de ontlasting is de cyste onder koele en vochtige omstandigehden nog weken- tot zelfs maandenlang besmettelijk.
De incubatietijd, tijd tussen opname en het ontstaan van ziekteverschijnselen, bedraagt 5-16 dagen. De uitscheiding van de besmettelijke cysten begint 7 dagen na opname. En vindt gedurende 4-5 weken met tussenpozen plaats. Deze besmettelijke periode kan veel langer duren als het dier zich herbesmet.
Meer informatie kunt u vinden op deze site
 
 
Maag torsie
Wat is een maagdilatatie/torsie Syndroom
Een maagtorsie of maagdraaiing is een acute, levensbedreigendeaandoening, waarbij onmiddellijk moet worden ingegrepen.
Gasvorming in de maag maakt van de maag een asymmetrische ballon. De maag wordt eigenlijk gewoon opgeblazen (=dilatatie). In combinatie met een draaiing (=torsie) worden de in- en uitgang van de maag afgeknepen. Ook grote bloedvaten en de milt worden meegetrokken in de draaiing en worden afgekneld. Door de enorme druk van de maag op het middenrif raakt zelfs het hart in moeilijkheden. Er ontstaan veranderingen in het bloed (metabole acidose met hypokaliëmie) waardoor het hart ontregeld raakt. Zonder ingrijpen is er geen weg meer terug. De hond raakt in een ernstige shock. Als er niet wordt ingegrepen kan de maag uiteindelijk afsterven of scheuren en het arme dier sterft onder enorme pijnen. Een maagtorsie is altijd een spoedgeval!
Hoe herken ik een maagtorsie bij mijn hond
De hond lijkt benauwd en pijnlijk. Hij is erg onrustig en wil niet liggen. Hij gaat staan of lopen vaak met de kop en hals gestrekt naar voren. Het dier moet steeds braken zonder dat er “iets komt”, loos braken wordt dat genoemd. 
Na enkele ogenblikken valt vaak duidelijk op dat de buik, vooral links vlak achter de ribboog “opzwelt” en hard wordt. Als je er op tikt klinkt het hol net als een trommel.
Soms wordt de hond juist heel sloom en slap en verzet geen stap meer.
Een röntgenfoto kan helpen bij het stellen van de diagnose.
Wanneer gebeurt het?
Het meeste gas wordt gevormd vrij kort na een maaltijd tot enkele uren daarna. Berucht is de stevige wandeling of speeluurtje vlak na een grote avondmaaltijd. Ook stress gedurende een lange autorit is bekend risico.
Het voedsel wordt dan niet op tijd doorgestuurd naar de darmen en blijft te lang in de maag zodat er gas ontstaat. Ook bepaalde voeders kunnen gasvorming bevorderen zoals niet verteerbare granen in diners of erg vette voeding. De problemen ontstaan dan ook meestal een half uur tot enkele uren na een maaltijd. Vaker voeren per dag, kleinere porties van een goed verteerbare voeding en rust na de maaltijd wordt dan ook aanbevolen. Als de hond eenmaal een dilatatie heeft gehad is de kans erg groot dat het weer gebeurd. Preventieve maatregelen zijn dan ook het beste.
Andere oorzaken van een maagdilatatie / torsie :
Een maagdilatatie/torsie kan ook ontstaan doordat een andere aandoening aanwezig is bijvoorbeeld een tumor in de buik of een miltvergroting die aan de maag trekt.
Een gezwel in de darm kan ook voor een gasophoping zorgen omdat deze kan werken als een soort ventiel. Als de gassen niet door worden gelaten dan wordt de maag opgeblazen, dilateert en kan dan draaien(torsie).
Dit gedeelte van de darm halen we dan weg en we zetten de maag vast om een torsie te voorkomen.
Wat is de behandeling van een maagtorsie
De hond wordt eerst behandeld voor de (dreigende) shock met infusen en er wordt met een speciale slang geprobeerd zoveel mogelijk gas en andere maaginhoud uit de maag te pompen. Soms is zelfs een punctie van de maag nodig om het gas af te laten lopen. Als de maag al erg gedraaid is kan de slang er niet in en moet direct met een operatie ingegrepen worden. Soms lukt het echter de maag mooi leeg te laten lopen en kan een operatie voorkomen worden dan volgt er daarna alleen nog een medicinale behandeling. Feit blijft echter dat een hond die eenmaal een dergelijk uitgezette maag heeft gehad erg veel kans heeft deze opnieuw te krijgen en er wordt dan ook vaak gekozen voor het vastzetten van de maag als de hond weer wat is opgeknapt en niet meer in een levensbedreigende situatie verkeerd.
Meer informatie kunt u op deze site vinden
 
Oog problemen
 
Entropion/Ectropion
Entropion is een misvorming van de oogleden waarbij deze aan de buitenrand naar binnen krullen. Het kan zowel het bovenste als het onderste ooglid betreffen. Door de misvorming komen de oogharen of de vacht (bij honden bevinden zich geen oogharen op het onderste ooglid) voortdurend in contact met het hoornvlies. Daardoor ontstaan er irritatie en traant het oog constant. De hond kan daar heel wat ongemak van ondervinden.
Een hond kan erfelijke entropion hebben, maar de aandoening kan ook reflexmatig ofwel ‘spastisch’ van aard zijn of verkregen zijn.
Erfelijke entropion komt voor bij talloze hondenrassen, vooral bij de Chow Chow en de Shar-pei. Wie een pup van een dergelijk ras koopt, zal zich dus moeten realiseren dat er een operatieve ingreep voor nodig is om de afwijking te corrigeren.
Reflexmatige ofwel spastische entropion is het gevolg van een hevige oogpijn waarbij een samentrekking van de kringvormige spier van de oogleden optreedt. Dit kan komen door een zweer op het hoornvlies, door een vreemd voorwerp in het oog, door keratitis (ontsteking van het hoornvlies) of door chronische bindvliesontsteking.
Verkregen entropion kan worden veroorzaakt door een slecht uitgevoerde ooglidoperatie of door niet ongedaan te maken spastische entropion. 
Bij ectropion gebeurt het tegenovergesteld als bij entropion: het onderste ooglid zakt uit of krult naar buiten. Dit is vooral goed waarneembaar bij de Bloedhond. Door het uitzakken van het ooglid komt het bindvlies tevoorschijn, dat zodoende aan allerlei invloeden van buitenaf wordt blootgesteld. In de meeste gevallen gaan de ogen tranen en ontstaat er bindvliesontsteking.
Ectropion kan erfelijk zijn of worden verkregen. Erfelijke ectropion wordt vooral aangetroffen bij honden met een ruim vel, dus met losse huidplooien (de Bloedhond, de duitse dog en de Sint Bernard). Eén en ander brengt de kenmerkende verdrietige gezichtsuitdrukking teweeg.
Omdat het onderste ooglid het oogvocht niet kan tegenhouden, hebben zulke honden veel last van tranende ogen. Het bindvlies wordt rood en raakt ontstoken omdat stof, wind, enzovoort vrij baan hebben.
Verkregen ectropion is het gevolg van een ernstig litteken op het onderooglid dat is ontstaan na een ongeluk of na een correctie van entropion.
Ook voor ectropion geldt dat een operatieve ingreep de afwijking kan opheffen. In de meeste gevallen zal echter alleen worden geopereerd als er sprake is van een extreem geval van ectropion. Veel honden verdragen namelijk zonder problemen een lichte vorm van ectropion.
Oorzaken
Meestal is de oorzaak een "aanlegfoutje"; de oogleden zijn niet helemaal normaal gevormd. Deze vorm is aangeboren en geeft vaak al op jonge leeftijd klachten. Dit is in veel gevallen een erfelijk probleem, in de fokkerij moet hiermee terdege rekening gehouden worden. Een andere vorm ontstaat na langdurige, onbehandelde ontstekingen van het oog. Door het voortdurend dichtknijpen van het oog kan ook entropion ontstaan. Deze vorm verdwijnt niet altijd als de ontsteking genezen is.
Voorkomen
Bij sommige rassen komt entropion als erfelijke afwijking voor. Bekende voorbeelden zijn Rottweilers, Berner Sennen honden, Bouviers en Perzische katten. Binnen deze rassen probeert men door een ander fokbeleid het probleem terug te dringen.
 Behandeling
Lichte vormen van entropion kunnen behandeld worden met een vette oogzalf. Deze "smeert" de oogharen waardoor deze minder irriteren. Het eigenlijke probleem wordt hiermee natuurlijk niet opgelost. Willen we het eigenlijke probleem aanpakken dan moeten we met een operatie de oogleden weer in de juiste stand brengen. Bij deze operatie nemen we aan de buitenkant een klein wigje vel weg uit het ooglid en hechten deze wond met heel fijn hechtmateriaal. Hoewel het een kleine ingreep is moet hij wel onder algehele verdoving plaatsvinden. Enerzijds omdat de oogleden nogal gevoelig zijn, anderzijds omdat de patient absoluut stil moet liggen. Als er andere problemen aan het entropion ten grondslag hebben gelegen (chronische ontstekingen b.v.) dan moeten deze tegelijkertijd worden aangepakt.
 Vooruitzichten
De vooruitzichten na operatie zijn heel goed; de oogleden sluiten weer normaal aan en het hoornvlies kan zich herstellen. Voor de patient gaat letterlijk een wereld open; eindelijk weer goed zien zónder pijn.
 
Huid problemen
 
Demodex
Vooral bij jonge honden komt een infectie met de demodex mijt regelmatig voor. Dit wordt demodicose, of jonge hondenschurft genoemd. De demodexmijt is een mijt die van nature voorkomt in de huid van de hond. Wanneer de weerstand van de hond (nog) niet optimaal is, kan de mijt problemen veroorzaken. Bijvoorbeeld jonge dieren, of oude en zieke dieren. De demodexmijt is gastheerspecifiek. Dat wil zeggen dat de mijt niet van de hond naar de kat of de mens overloopt.
Verschijnselen
Demodicose is vaak gelokaliseerd op de kop en de poten. Het begint met kale, wat rode plekjes die kunnen jeuken. Af en toe blijft de jeuk achterwege. In een later stadium kunnen er korstjes ontstaan en kan de huid schilferen. Af en toe is er sprake van uitgebreide kaalheid en ontsteking, die gepaard gaan met veel jeuk.
Hoe stellen ze de diagnose?
Door middel van een huidafkrabsel stellen ze de diagnose demodicose. Met een speciaal scherp lepeltje krabben ze een dun huidlaagje af en bekijken dit onder de microscoop. De mijten lijken een beetje op een ouderwetse bolknak sigaar met pootjes.
De behandeling
De behandeling is vaak speciale shampoo, zalfjes of zelf een injectie meerdere kegen tegen de jeuk en tegen de mijt.
Website
mogelijk gemaakt
door Vistaprint